Geschiedenis

De tijd heeft in Huis ter Heide – het buurtschap dat in 1840 voor het eerst op een kaart wordt vermeld -niet stil gestaan. Veel boerderijen zijn veranderd in woonhuizen en de boeren die nog actief zijn, hebben hun bedrijven gemoderniseerd en vergroot. Het schooltje is een woning geworden. In de verte rukt Assen op. De wegen zijn drukker geworden. Maar wie er oog voor heeft, ziet veel van de historie terug in het landschap. De vaarten, de structuren in het landschap, de oude sluis. Natuur is er nog volop. Op een steenworp afstand ligt een natuurgebied ter grootte van de stad Utrecht: het Fochteloërveen, het grootste nog levende hoogveen van Nederland. Grenzend daaraan liggen het Esmeer en de Norger

Petgaten. Langs de Norgervaart en de Koelenweg ligt het Tonckensbos, een gevarieerd bos met vennetjes en een prachtig heideveld. En er ontstaat nieuwe natuur in Huis ter Heide. Zoals het landgoed ‘Willemsveen’, waar – nog maar twee generaties na de ontginning – 30 hectare bos is aangepoot. Ook zuidelijk van de camping De Schuilhoeve ontstaat nieuwe natuur: grenzend aan de Norger Petgaten en het Esmeer wordt een fors stuk landbouwgrond omgevormd tot heide.

Herkomst van de naam Huis ter Heide Huis ter Heide is een buurtschap langs twee kanalen, de Norgervaart en de Kolonievaart. Hoe de naam Huis ter Heide tot stand is gekomen, is nog steeds onduidelijk. Er wordt vaak verwezen naar de boerderij aan de Asserstraat die vlakbij de sluis staat. Op deze plaats stond de eerste behuizing, ‘t Vaarthuis genoemd, gebouwd in 1777 en afgebrand in 1870. Het was in eigendom bij de markegenoten van Norg, Zuid- en Westervelde. In 1852 werd dit pand echter al aangeduid op de kaart als Huis ter Heide en is de naam ‘t Vaarthuis verdwenen. Het huidige pand werd op deze plaats in 1870 gebouwd als herberg. In de gevel staan de initialen van Jan Albert Tonckens (18 J.A.T. 71) en op de deuren van de nieuwe herberg stond ‘Stalling-Doorrit’. Dit gaf aan dat men met paard en wagen naar binnen kon rijden en dat de paarden konden worden gestald terwijl men zelf in de herberg iets kon gebruiken, waarna de weg kon worden vervolgd door de tegenover liggende deuren. De oplettende passant kan tot op heden nog de laanstructuur zien die duidelijk maakt dat de weg dwars door de herberg liep.